Het aanbreken van vijftigste dag na Pasen
- Begroeting en mededelingen
- Aanvangslied: Gezang 239 : 1, 2 en 3 – Kom Schepper God, o Heil’ge Geest (zie onder)
- Stil gebed, votum en Groet
- Zingen: Psalm 68 : 3 en 7 (NB)
- Gebed
- Schriftlezing: Exodus 19 : 1-6; 14-25 en 20: 18-20
- Zingen: Psalm 81 : 11 en 12 (OB)
- Schriftlezing: Handelingen 2 : 1 – 13
- Zingen: Gezang 39 : 4, 5, 8, 9 (zie onder)
- Verkondiging: Tekst: Handelingen 2 :1
- Thema: Het aanbreken van vijftigste dag na Pasen, betekent:
- Afstand en nabijheid van God
- Voor elke gelovige persoonlijk
- Tot opbouw van de gemeente
- Zingen: Psalm 87 (OB)
- Collecte
- Dankgebed en voorbeden
- Zingen: ELB 147 : 1 – Heer, ik hoor van rijke zegen (zie onder)
- Geloofsbelijdenis
- Zingen: ELB 147 : 3
- Zegen
Gezang 39 vers 4, 5, 8, 9 uit het Liedboek 1973 is een gedicht van Jan Wit op de melodie van Psalm 101. De tekst is gebaseerd op Joël 2: 28-32.
4 Daarna doet God de hoge hemel open
en antwoordt op uw bidden en uw hopen.
Hij giet zijn eigen Geest in overvloed
op vlees en bloed.
5 Die Geest geeft ’s Heren woord in kindermonden.
De oude mannen dromen onomwonden.
De jongelingen zien een vergezicht
van vrede en licht.
8 De geestesstorm zal door de wereld varen.
God zal zijn volle glorie openbaren.
In bloed en duister zal het licht vergaan
van zon en maan.
9 En allen die naar ’s Heren wegen vragen,
die van zijn grote naam het zegel dragen,
vieren in ’t nieuw Jeruzalem het feest
van Woord en Geest.

